rijmen
Uiterlijk
- rij·men
- van Middelnederlands rimen "rijmen"
stamtijd | ||
---|---|---|
onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
rijmen |
rijmde |
gerijmd |
zwak -d | volledig |
rijmen
- inergatief (van woorden of regels) een opvallende herhaling van klanken laten horen
- Hoe gedichten moeten rijmen is van taal en tijdperk afhanelijk.
- inergatief (in het Nederlands) vanaf de laatste beklemtoonde lettergreep hetzelfde klinken
- "Hinderen" rijmt wel op "kinderen", maar niet op "blinderen".
- inergatief woorden of regels zo op elkaar laten volgen dat er een opvallende herhaling van klanken ontstaat
- Door in deze regels niet te rijmen, drukt de dichter verwarring uit.
- inergatief dichten, verzen maken
- Doordat ze veel leest, kan ze goed rijmen.
- (figuurlijk) ergatief in overeenstemming zijn (gebruikt in ontkennende zin)
- Zijn dure auto is niet te rijmen met zijn lage inkomen.
- overgankelijk woorden of regels zo kiezen dat ze vanaf de laatste beklemtoonde lettergreep hetzelfde klinken
- Hij maakt graag verzen, en op feestjes rijmt hij op elke vraag van de gasten een grappig antwoord.
- overgankelijk maken van een vers
- Zij rijmde een afscheidslied voor haar collega.
de rijmen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rijm
- Het woord rijmen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rijmen" herkend door:
99 % | van de Nederlanders; |
100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %